NPO
NTR

De zoektocht houdt op bij Grietje. De vader van Jacques vonden we niet en verder terug komen we niet via genealogisch onderzoek. Kwam hij uit Afrika? En zo ja, waar vandaan kwam hij dan? Roué wilt hier achter komen via een DNA test. Dat is vrij snel geregeld. In de VS, waar dit soort DNA onderzoek ‘big business’ is, zijn er verschillende commerciële bedrijven die erin gespecialiseerd zijn. Eén daarvan is African Ancestry.

 

Het kost wel wat: voor één test, voor ofwel de vaderlijke of de moederlijke stamlijn betaal je $300. Roué bestelt via internet bij African Ancestry het DNA-pakket, en krijgt het binnen twee weken via de post opgestuurd. Het belangrijkste onderdeel van het pakket is grappig genoeg een grote wattenstaaf, waarmee hij volgens de instructies langs de binnenkant van zijn wang moet schrapen. Dat levert genoeg genetisch materiaal op voor het onderzoek in het laboratorium van African Ancestry. Hij volgt de instructies, stuurt de wattenstaaf in een gesealed zakje terug en wacht met spanning de uitslag af.

 

Op het kantoor van dr. Rick Kittles in Chicago krijgt Roué de uitslag van zijn DNA test. Dr. Kittles is een Afro-Amerkaanse geneticus en medeoprichter van African Ancestry, een bedrijf dat zich bezig houdt met DNA onderzoek voor mensen met Afrikaanse roots. Het onderzoek dat zij doen heeft een aantal belangrijke beperkingen. Zo is het bijvoorbeeld ook mogelijk om aan te geven hoeveel generaties terug de resultaten gaan, of over welke tijd het gaat. Een volk dat nu in een bepaald land in Afrika woont, kan eeuwen geleden door volksmigraties, heel ergens anders geleefd hebben.

 

Verder kan dit soort onderzoek enkel de patriarchale of matriarchale lijnen volgen, dus van vader op vader op vader enz., of van moeder op moeder op moeder enz. Over alles wat daartussen zit, talloze andere voorouders, kan niets gezegd worden. De informatie die DNA onderzoek over de voorouders oplevert is dus beperkt. Maar voor mensen die weten dat ze Afrikaanse roots hebben, maar daar door de slavernij verder weinig tot niets van weten, is enige aanduiding al heel wat.

 

Roué heeft zich laten testen op zijn vaderlijke lijn. Dr. Kittles zit tegenover hem aan zijn bureau. Hij bekijkt documenten met de resultaten van Roué’s test:

“Congratiulations, je voorouders komen uit Ghana.”

“Oh,”, reageert Roué, “wow!”

Het resultaat was enigszins te verwachten aangezien dat het land is waar Nederlandse slavenhandelaren de meeste slaven kochten.

“We kunnen zien van welk volk je voorouders kwamen: the Ashanti people.”

Roué krijgt van dr. Kittles een certificaat met daarop nogmaals de resultaten van de test. Het heeft iets van een diploma. Roué is voor dit onderdeel geslaagd en vervolgt zijn zoektocht. Hij vertrekt naar Afrika in het T-shirt dat hij ook van African Ancestry kreeg, met daarop: Ghana.

 

 

We proberen de vader van Jacques te vinden. We hebben Jacques’ moeder Grietje al gevonden in de slavenregisters. Maar eigenaren hielden soms ook lijsten bij van hun slaven. Vooral bij verkoop van plantages, of bij het overlijden van de eigenaar, werden inventarissen opgemaakt van het bezit. De slaven vielen daar ook onder.

 

Om te weten waar we moeten zoeken, moeten we erachter komen wie de eigenaren waren van plantage Barbados. Uit de gegevens van de emancipatieregisters (stap4) weten we de eigenaar bij de afschaffing van de slavernij in 1863: J.H. Insinger & Co, een bank. We doorzoeken het archief van de bank in het Stadsarchief Amsterdam. Helaas levert het geen slavenlijsten op. Zelfs geen gegevens over eventuele voorgaande eigenaren.

 

Een andere handige manier om achter eigenaren van plantages te komen is via de zogenaamde Surinaamse Almanakken. Tussen 1793 en 1928 verscheen in Suriname jaarlijks een almanak, waarin een schat aan informatie over het land en zijn inwoners werd gepubliceerd. Vast bestanddeel in de meeste jaren was een lijst van plantages met daarbij diverse gegevens per plantage, waaronder de naam van de eigenaar.

 

Op de website van de Stichting Surinaamse Genealogie zijn een aantal van deze plantagelijsten van 1843, 1821 en 1793 digitaal in te zien (http://www.surinaamsegenealogie.nl/zoeken/plantagelijsten). We zoeken naar plantage Barbados en komen erachter dat in 1821 en 1843 de plantage in handen was van D. F. Schas. Deze Schas moet ook de bron zijn geweest voor de ‘negernaam’ van de plantage: Schasi. De plantage telde in 1821 500 slaven (vrij groot) en in 1843 was dat aantal teruggelopen tot 212. Er werd naast koffie, ook katoen verbouwd. De plantage lag aan de Warrappakreek. In 1793 waren de eigenaren de erven van ene J. D. Limes.

 

Van beide families zijn in het Nationaal Archief in Den Haag de familiearchieven te vinden. We pluizen het archief van de familie Schas helemaal uit, maar vinden niets wat op een inventarislijst lijkt. Bij de familie Limes is het raak. We vinden een inventaris van de inboedel dat is opgemaakt in 1795, bij het overlijden van één van de zoons van J. D. Limes. Naast de waarde van het land en van allerlei goederen, is er ook een sectie over de waarde van de slaven. Elke individuele slaaf wordt met naam en waarde genoemd. In deze lijst vinden we Grietje. Ze was 900 gulden waard.

 

Helaas vinden verder geen informatie over familierelaties. We zijn tot 1795 gekomen. Dat is vrij ver terug. Maar helaas hier houdt het genealogische onderzoek naar de vaderlijke stamlijn van Roué op.

 

De stappen die we tot nu toe hebben gevolgd, kunnen allemaal vanuit Nederland ondernomen worden. Voor deze stap moeten we echt in Suriname zijn. De zogenaamde slavenregisters bevinden zich in het Nationaal Archief in Suriname en zijn niet gedigitaliseerd.

 

Vanaf 1826 werd er in Suriname een officieel slavenregister opgesteld. Nederland had onder druk van Engeland in 1814 de slavenhandel verboden (de slavernij bestond nog, maar de aanvoer van slaven uit Afrika hield op). Om toezicht te houden op dit verbod, begon de overheid de slaven in Suriname te registreren. In de slavenregisters die daaruit voortkwamen staan vaak ook familierelaties van slaven genoteerd.

 

In register nr. 28 (1832 – 1862) vinden we Jacques van plantage Barbados, en ook zijn broers Dirk en Albert. We zien zelfs dat zij een jonger zusje hadden: Angelika. Zij stierf in 1854 op vijfentwintigjarige leeftijd. Hun moeder heet Grietje. We zijn weer een generatie verder! We zien dat Grietje in 1856 overleed, maar vinden niet in welk jaar zij was geboren. Van wie zij kinderen had gekregen, de vader van Jacques, vinden we ook niet.

 

 

Kerken hielden vaak doop-, trouw- en begraafboeken bij. De zendelingen van de Evangelische Broeder Gemeente (EBG), de Hernhutters, hielden in Suriname dit soort gegevens bij van de slaven die zij kerstenden. Zij hadden per gebied zendingsposten die dit deden voor de omliggende plantages. De archieven van de zendelingen gaan zover terug als 1764.

 

Het archief van de Hernhutters ligt in Suriname, en wordt langzaam maar zeker getranscribeerd. Om de paar jaar verschijnen in Suriname en Nederland catalogi van nieuwe zendingsposten. Roué’s voorvader Evert, en diens grootvader Jacques, hebben we gezien, waren allebei EBG-ers. Maar helaas zijn de archieven van de zendingspost bij plantage Barbados nog niet getranscribeerd. Dat betekent dat we een andere route moeten proberen om verder terug te komen in Roué’s stamlijn: door naar de volgende stap.

 

Misschien dat deze route in de toekomst alsnog meer informatie oplevert over Jacques.

 

 

Tijdens de slavernij kwam het soms voor dat slaven zichzelf konden vrijkopen, of dat ze vrijgelaten werden door hun eigenaren. Het vrijmaken van een slaaf, manumissie, was een ingewikkelde procedure. De koloniale overheid hield daar de gegevens van bij. Vóór de afschaffing van slavernij in Suriname, werden er 6.364 slaven vrijgelaten.

 

Roué’s voorvader Isaak, en diens vader Jacques werden pas bij de afschaffing van de slavernij in 1863 vrijgemaakt. De informatie over manumissies helpt ons dus niet verder. We gaan meteen door naar de volgende stap.

 

Afschaffing van de slavernij aangekondigd op een plantage

Afschaffing van de slavernij aangekondigd op een plantage

 

We gaan op zoek naar Roué’s overgrootvader Isaak, en naar diens broers Matthijs en Henri. Van de broers weten we dat ze voor 1863 zijn geboren te Barbados, het eiland of misschien wel een plantage. Als de heren als slaaf waren geboren, dan is de kans groot dat ze in 1863 zijn vrijgemaakt. De gegevens over het vrijmaken van de slaven bij de afschaffing van de slavernij zijn goed bijgehouden. Daarnaar zoeken we verder.

 

Op de website van het Nationaal Archief raadplegen we de database “Vrij in Suriname”. Daar zijn de gegevens die door de Nederlandse overheid zijn opgesteld bij het vrijmaken van de Surinaamse slaven digitaal in te zien. Van elke plantage zijn destijds lijsten (borderellen) bijgehouden van de aanwezige slaven, om slaveneigenaren financieel te kunnen compenseren voor het verlies van hun eigendom (hun slaven!). De vrijgemaakte slaven kregen nu voor het eerst achternamen…toebedeeld.

 

We voeren Isaak Verveer in op de website. Het levert niets op. Isaak Nicolaas Verveer. Ook niets. We voeren de namen van Isaak’s broers, Matthijs Hermanus Verveer en Henri Willington Verveer in. Allebei zonder resultaat. Maar als we alleen de familienaam Verveer invoeren, krijgen we wel resultaten:

 

Voornaam Nathanael Jacques
Achternaam Verveer
Slavennaam Jacques
Geslacht man
Leeftijd 43
Beroep Chirurgijn
Godsdienst EBG
Plaats plantage Barbados
Verblijfplaats Barbados
Provincie plantage Matappica
Borderelnummer PL010
Opmerkingen Broer van Johannis Dirk Verveer en Paulus Albert Verveer; blijkens borderel geboortejaar 1819

 

Nathaneal Jacques, Johannis Dirk en Paulus Albert Verveer. Het zijn niet de Verveers die we zoeken. Maar er valt toch iets op. Deze drie broers komen van dezelfde plek: plantage Barbados. Het is dus wel een plantage. We lijken op het juiste spoor te zitten. Verder zoeken. En dan, als alleen de voornamen Isaak Nicolaas invoeren, vinden we iets: Isaak Nicolaas Kampenaar, geboren te Barbados. We krijgen resultaat als we Matthijs Hermanus en Henri Willington invoeren. Ze dragen allebei de familienaam Kampenaar, en komen van plantage Barbados. Bingo.

 

Plantage Barbados aan de Warappakreek (Kaart: LH Moseberg, 1801)

Plantage Barbados aan de Warappakreek (Kaart: LH Moseberg, 1801)

 

 

“We hadden mijn overgrootvader eindelijk te pakken. Ongelooflijk. Hij was als slaaf geboren. Alleen heette hij in 1863 geen Verveer, maar Kampenaar! Via het originele document in Suriname kwamen we erachter waarom: het droeg zijn moeders naam. Zij heette Caro Adriaantje Kampenaar. Isaak is een jaar na de afschaffing erkend door zijn vader: Nathanael Jacques Verveer, mijn betovergrootvader!”

 

Nathanael Jacques Verveer zal op plantage Barbados simpelweg Jacques geheten hebben. Zijn voornaam Nathanael en zijn familienaam Verveer zijn hem bij de afschaffing in 1863 gegeven. Slaven hadden voor die tijd geen achternaam en mochten niet trouwen. Het zal daardoor nog lastig worden om de ouders van Jacques te vinden. Wat we nu wel van hem weten, is dat hij bij het opmaken van de borderel van plantage Barbados in 1863, ongeveer 44 jaar oud en chirurgijn van beroep was.

 

 

“We hadden de geboorteakte van mijn grootvader Evert Verveer uit 1884 gevonden in de Burgerlijke Stand. Diens vader vonden we ook: Isaak Nico Verveer. Maar we wisten nog weinig van ze. En wie was dan weer de vader van Isaak? We moesten verder zoeken, als detectives.”

 

De volgende stap in de zoektocht brengt ons naar de Volkstelling Suriname van 1921. In deze volkstelling staan alle in 1921 in Suriname wonende mensen op adres bij elkaar. We zoeken naar Isaak in de volkstelling in het Nationaal Archief in Den Haag. Isaak vinden we niet, misschien was hij toen al overleden. Zij zoon Evert vinden we wel.

 

In de volkstelling staat vermeld dat Evert Verveer in 1921 woonde op Saramaccastraat 61, als hoofd van het gezin. Hij was geboren te Paramaribo, was Evangelisch (EBG) van geloof en werkte als ziekenoppasser in militair hospitaal. Er staat verder niets over zijn vader Isaak.

 

Naast Evert vonden we in de volkstelling:

 

Julius Richard Verveer: geboren Rust en Werk, Beneden Cottica op 29 december 1875, was landbouwer te Boven Suriname. Hij werd erkend door vader Isaak Nicolaas Verveer bij het huwelijk met Margaretha Francina Mijnzen op 21 november 1906.

 

Johannis Jonas Verveer, geboren Ponthieu, district Matappica 31 mei 1870, landbouwer, woonde in 1921 te Boven Suriname. Hij werd eveneens erkend op 21 november 1906 door zijn vader Isaak Nicolaas Verveer.

 

Beiden waren ook in 1906 erkend door hun vader Isaak. Dit waren dus de broers van Evert. Aangezien de jongste van deze broers, Johannis, in 1870 was geboren, kunnen we ervan uit gaan dat hun vader Isaak vóór 1863 was geboren, vóór de afschaffing van de slavernij. Hij is dus hoogstwaarschijnlijk als slaaf geboren!

 

Verder vonden we:

 

Matthijs Hermanus Verveer, geboren Barbados 5 oktober 1858 en zijn oudere broer Henri Willington  Verveer, geboren Barbados 21 december 1853.

 

Deze twee heren waren misschien wel de broers van Isaak. Ze waren in ieder geval ook vóór 1863 geboren, en wel te Barbados. Misschien is Isaak daar dan ook geboren. Maar wat en waar is Barbados, het Caribische eiland Barbados, of misschien wel een plantage in Suriname die zo heette?

 

 

 


Om Roué’s vaderlijke lijn verder te volgen, en de vader van Evert Verveer te vinden, gaan we op zoek bij de burgerlijke stand van Suriname. Daarin kunnen we geboorte, overlijden en huwelijksakten vinden. Hierop staat vaak bruikbare gegevens, zoals informatie over iemands ouders. De meeste akten zijn te vinden in het Nationaal Archief van Suriname (NAS), maar voor de periode 1828 – 1910 zijn de geboorteakten ook in Nederland te vinden, via het Nationaal Archief in Den Haag.


Roué’s tante kon ons nog de exacte geboortedatum van Evert Verveer vertellen: 18 november 1884. Dat maakt het makkelijker om de geboorte akte te vinden. Wanner we hem hebben gevonden zien we dat de moeder van Evert staat aangegeven: Margeretha Mijnzen. Maar de vader staat er niet op. De achternaam van Evert wordt zelfs niet vermeld.



Maar…links boven op de akte, in het hoekje, staat met kleine letters bijgeschreven dat Evert in 1906 werd erkend, bij het huwelijk van Isaak Nico Verveer en Margaretha Mijnszen. “Maar waarom staat er zo’n aantekening bij?”, vraagt Roué meteen. Evert zelf was toen al tweeëntwintig jaar. Was Isaak de echte vader van Evert, of was het zijn stiefvader?



Als we het bekijken in de context van de Surinaamse cultuur en geschiedenis lijkt het er wel op. Onder creolen, de afstammelingen van Afrikaanse slaven in Suriname, was het van oudsher niet gebruikelijk om te trouwen. Bovendien was het voor slaven zelfs bij wet verboden om te trouwen. Na de afschaffing van de slavernij in 1863 werd het steeds vaker gezien als middel om op te klimmen op de maatschappelijke ladder. Trouwen werd respectabel, ook nadat er kinderen waren geboren. Het kwam vrij vaak voor dat mensen op latere leeftijd pas trouwden, en dat de kinderen dan alsnog werden erkend.


We kunnen dus aannemen dat Isaak Nico Verveer de biologische vader was van Evert.


 


Op de bijeenkomst van de Stichting voor Surinaamse Genealogie heerst tijdens de lunchpauze een gezellige drukte. Er is net een lezing afgelopen. Mensen staan in de rij voor de broodjes kouseband, roti of baka bana, maar kunnen eigenlijk niet wachten om elkaar de ondervragen en hun bevindingen te delen. “Kent u misschien…? ”, “Weet u wellicht waar…?” of “Is dit mogelijk familie…?” Dit soort bijeenkomsten, konmakandras, vinden regelmatig plaats in zowel Nederland als Suriname, en alle aanwezigen houden zich op één of andere manier bezig met de zoektocht naar de voorouders. Het zijn Surinamers, of Nederlanders, op zoek naar hun roots in Suriname. Dit is de plek waar Roué Verveer voor de televisieserie De Slavernij zijn eigen zoektocht start.

Lees verder »