NPO
NTR


Ruim vóór tienen stromen al veel mensen de Haagse Christus Triumfatorkerk binnen. Terwijl de bijeenkomst van de Stichting voor Surinaamse Genealogie pas om tien uur begint. Ik ben ook te vroeg en zit op een bankje aan de overkant te wachten en te kijken. Op de parkeerplaats haalt verzamelaar Carl Haarnack oude Surinaamse boeken en gekleurde prenten uit de achterbak van zijn auto. Hij bouwt zijn stand op. Carl is er altijd. Lijfelijk aanwezig bij Surinaamse activiteiten, maar ook on-line als wij tijdens de research met spoed weer een plaatje of een tekst nodig hebben. Zijn verzameling maakt concreet zichtbaar hoe Suriname er tijdens de slavernij uitzag.


Bij binnenkomst heb ik een sterk déja-vu gevoel. Vorig jaar begon ik hier met de research. Eén van de organisatoren Cynthia Brand Flu toont mij enthousiast de speciale ruimte voor de filmploeg. Ze heeft zich uitgesloofd. In het zijkamertje hangen landkaarten van Suriname. Op de tafel liggen emancipatieregisters om in te zien. Deze bijeenkomst, de zogenaamde Konmakandra, is één grote bron van herkomst en herkenning. Iedereen hunkert hier naar zijn eigen familiegeschiedenis. De persoonlijke geschiedenissen hebben één gemene deler: de slavernij.



Vandaag is de allerlaatste filmdag. De te filmen scène dient echter als startpunt van de serie, waarin Roué op zoek gaat naar zijn roots.


Onze redactie duikt al een jaar in archieven. We spreken met betrokkenen over slavernij. We filmen tot we erbij neervallen. Maar op deze plek voel je echt de geschiedenis. Mooi geklede vrouwen kletsen met elkaar en wisselen familienieuwtjes uit. Mannen lopen met copietjes uit geboorteregisters onder hun arm. Het galmt van vragen zoals “Kent u misschien….? ” “Weet u wellicht waar…..?” en “Is dit mogelijk familie….?”


Ineens is het doodstil en leeg. Iedereen zit in de zaal waar een lezing begint van Jean Jacques Vrij. Hij zegt dat genealogen het naadje van de kous willen weten. Toch hangt onderzoek vaak ook van toevalligheden aan elkaar. Alle luisteraars knikken instemmend; daar weten ze alles van!


In de hal hoor ik alleen nog de geluiden van de catering. Het ruikt heerlijk! Uitgerekend op dit stille moment komt de regisseur de hal binnen en vraagt teleurgesteld waarom de ruimte zo leeg is. Hij heeft geen boodschap aan de lekker geur. Daar kan hij filmisch niets mee. Hij moet toch echt wachten op de lunchpauze. Filmen of niet, die lezingen wil niemand missen.



Als de regisseur ongeduldig wordt, gaan godzijdank de deuren open en stroomt de hal vol. Een lange sliert van mensen vormt zich kris kras door de hal, dwars tussen de stands en tafels met documenten door. Deze zoektocht heeft een heel ander doel: broodje kouseband, roti of gebakken banaan. Daar is geen voorouder voor nodig.


Roué voegt zich in de rij en vraagt iemand tips om zijn persoonlijke zoektocht te beginnen. “Je moet vooral praten met je oude tantes in Suriname, die weten meer dan wat er in welk boek dan ook staat”, krijgt hij als antwoord. Het startpunt ligt dus dichterbij dan je denkt. Op de terugweg in de auto kan Roué nog eens denken aan de woorden uit de lezing: “Of je nu wel of geen voorouder hebt om trots op te zijn, uiteindelijk gaat het erom dat je trots bent op jezelf”.


tekst: Mirjam Gulmans, researcher